hulpeloosheid
Hulpeloosheid
- “Het is voldoende om vissen te vergelijken met vossen, welpjes met machtige dieren en bomen met dieren, om te begrijpen dat het verkrijgen van fundamenteel, wettig voedsel eerder afhangt van behoeftigheid en onmacht dan van macht en wil.”1)
- “Wat valt er te vrezen wanneer wij, onze hulpeloosheid beseffend, vertrouwen op de Eigenaar van het gebod: ‘Wees, en het is!’ (36:82). Zij die ware kennis over God hebben zijn tevreden met het besef van hun hulpeloosheid tegenover God en stellen hun hoop op Zijn oordeel. Er is behagen in het vrezen van God. Als aan een eenjarige zou worden gevraagd wat het aangenaamste is dat hij of zij kent, zou het antwoord zijn: ‘Schuilen in de warme omhelzing van mijn moeder, bewust van mijn zwakheid en hulpeloosheid.’”2)
- “De betekenis van aanbidding is het besef dat wij Gods dienaren zijn en bewust zijn van onze gebreken, zwakheid en armoede in het goddelijke Hof. Met dit besef ons in liefde en ontzag neerwerpen voor de volmaaktheid van onze Heer, Zijn goddelijke Macht waarop elk schepsel vertrouwt, en Zijn goddelijke Barmhartigheid.”3)
- “Het breken van een belofte is basale vernedering en daarom onverenigbaar met de glorie van Zijn Heerschappij. Het niet uitvoeren van een bedreiging kan voortkomen uit vergeving of onmacht. Ongeloof is een onvergeeflijke misdaad. De Almachtige is vrijgesteld van en ver verheven boven alle onmacht.”4)
- “Hun intellect maakt hen, door verdriet, smart en bezorgdheid over te brengen, nog ellendiger. Maar wanneer zij verlicht zijn met Zijn Licht, verheffen zij zich boven alle dieren en schepselen. Als hun verstand eenmaal verlicht is, worden hun armoede en hulpeloosheid middelen tot oneindige rijkdom en macht door afhankelijkheid van God. Door smeekbeden worden zij geliefde ‘koningen en koninginnen’ en, door smekingen en verzoekschriften, Gods begunstigde dienaren die belast zijn met de eervolle taak de aarde te verbeteren en haar in Zijn naam te besturen.”6)
- “De mensheid, onder de schepselen, is als een teer kind. Onze kracht ligt in onze zwakheid en onze macht in onze onmacht. Door dit gebrek aan kracht en macht is de schepping aan ons onderworpen.”9)
- “Het erkennen van onze onbekwaamheid of onmacht brengt ons ertoe ons te bevrijden van de invloed van onze kwaadaardige ego en alleen te vertrouwen op de Almachtige van Majesteit. Liefde, beschouwd als de snelste weg tot Hem, kan pas tot de ware Geliefde leiden nadat wij onze liefde op Hem hebben gericht en anderen vanwege Hem hebben liefgehad.”10)
- “De goddelijke Macht is essentieel voor en inherent aan de goddelijke Essentie; onmacht kan er geen toegang toe krijgen.”12)
- “… een gelovige die uitgerust is met een bewustzijn van hulpeloosheid en armoede is gezegend met bijzondere gunsten van de Almachtige God, en die komen als een donderslag bij heldere hemel. Alles is op zijn plaats, zodat het niet nodig is dat iemand tussenbeide komt om hem te redden in de stroom van wereldse gebeurtenissen. Iemand die deze situatie herkent, handelt gepassioneerd en ziet geen reden voor hopeloosheid. Hij zegt: Waarom zou ik niet met gevoelens van dankbaarheid op Zijn pad blijven lopen?’ Door de zegeningen die neerdwarrelen, voelt hij zich energiek en dankbaar; hij gaat daadkrachtig door het leven en verliest zijn leven lang geen energie. Wat bedoeld wordt met ‘armoede’ en ‘hulpeloosheid’ is geen materiële armoede. Dit is de overweging van de eerbiedwaardig geleerde Bediüzzaman over hulpeloosheid en armoede, die verwijst naar een erkenning die iemand ertoe brengt het gevoel van absoluut enthousiasme en absolute dankbaarheid te bereiken. Hierdoor wordt in hun hart het punt van absolute afhankelijkheid aangewakkerd waarmee ze zo voet zetten op deze weg die hen naar God zal leiden en hun betrekkingen met Hem zal verdiepen.”13)
Absolute hulpeloosheid
Zie ook
Andere talen
Voetnoten
1)
Bediüzzaman Said Nursi, The Words, New Jersey: The Light, 2013, p. 30.
2)
Ibid., p. 45.
3)
Ibid., p. 58.
4)
Ibid., p. 98.
5)
Ibid., p. 140.
6)
Ibid., p. 249.
7)
Ibid., p. 332.
8)
Ibid., p. 337.
9)
Ibid., p. 343.
10)
Ibid., p. 496.
11)
Ibid., p. 649.
12)
Ibid., p. 712.
13)
M. Fethullah Gülen, “Enaniyet Çağında Acz u Fakr Yolu”
14)
Bediüzzaman Said Nursi, The Letters, New Jersey: The Light, 2014, p. 374.
hulpeloosheid.txt · Laatst gewijzigd: door Editor
